Hoofdstuk 1                                                                                        Leven zonder geld

In dit hoofdstuk worden gebieden beschreven waar men geheel of gedeeltelijk zonder geld leeft. Er zijn veel manieren om zonder geld te leven maar het belangrijkste komt altijd neer op: in staat zijn een eigen huis te bouwen, voedsel verbouwen en zelf gebruiksvoorwerpen kunnen maken. Omdat het fenomeen geld to in elke uithoek van de wereld is verspreid ontkomt vrijwel niemand aan het gebruik ervan. Mensen die grotendeels zonder geld leven gebruiken bijvoorbeeld toch een winkel om bijvoorbeeld een mobiele telefoon te kopen, iets wat men zelf niet kan maken.

Ruilen

Er zijn veel plekken op aarde waar mensen in de 21e eeuw zonder geld leven. De meeste zijn in tropische gebieden gelegen. Veel mensen denken dat alleen volkeren die nauwelijks in contact met de moderne maatschappij zijn gekomen zonder geld leven. Natuurlijk zijn er traditionele stammen zoals de indianen in Zuid-Amerika, negers in Afrika en Papua's op Nieuw-Guinea die in harmonie met de natuur leven en geen geld nodig hebben, maar ook veel mensen die niet meer tot een stam behoren leven zonder geld of vrijwel zonder geld. In Nieuw-Guinea hebben veel papua's zelf een huis gebouwd op een stuk land wat traditioneel tot hun familie behoort. Men heeft een paar bomen met eetbare vruchten op het land staan. Ook heeft men vaak een groenteveldje met tarot  of aardappelen waar men van kan leven. De bananenboom is een erg gemakkelijke boom die zichzelf voortdurend voortplant, en de banaan is erg voedzaam. Veel mensen in Nieuw-Guinea hebben een stalletje voor hun huis waar vruchten verkocht worden als men zelf teveel vruchten heeft om op te eten. Met het geld wat hiermee verdiend wordt kan vervolgens aanvullende producten worden verkocht. Maar geld is in deze contreien niet heel noodzakelijk aangezien men ook producten kan ruilen. De ťťn heeft een mangoboom, de ander een mandarijnboom, de ander weer een citroenboom, papayaboom, kokospalm, betelnootpalm, bananenboom, sinaasappelboom, passievruchtstruik, langsatboom, rambutanboom, ananasveldje en ga zo maar door. Het is vrijwel onmogelijk om alle vruchtenbomen -en struiken in ťťn tuin te planten. Dan zijn er ook nog honderden groentes die verbouwd worden. Veel groente en fruit wordt gewoon geplukt van terreinen die voor iedereen toegankelijk zijn en aan niemand toebehoren. Ook hebben veel families een stuk grond van oudsher tot hun beschikking. Dit familierecht wordt door steeds meer multinationals opgeŽist door met hulp van plaatselijke overheden stukken land op te kopen en te bebouwen met commerciŽle, industriŽle complexen.

Nieuw-Guinea

In het regenwoud leven ook dieren die worden gegeten zoals vleermuizen en vogels. Maar de papua's die aan zee wonen vangen vis, soms zelfs met de hand. Er zijn papua's die vogels leren vis vangen. Maar er wordt vaker met een korte speer gevist. Deze harpoen wordt zelf gemaakt van hout. Men kijkt zonder duikbril onder water maar ik heb ook papua's gezien die zelf een duikbril hadden gemaakt met een montuur van bamboehout en zelf gesneden glas van een raam. Als elastiek werd een oude binnenband gebruikt. De vissen worden gegeten of verkocht aan een eethuisje. Papua's vissen traditioneel vaak 's nachts in een zelfgemaakte prauw. Vroeger deed men dat met behulp van vuren, nu met een lamp. Vissen hebben de gewoonte om met volle maan dicht aan het oppervlak te zwemmen. Door het vuur of de lamp boven het water te houden komt de vis ook naar boven zodat deze gemakkelijk aan een harpoen kan worden gespietst. Al met al kunnen papua's eenvoudig zonder geld leven. Ook de papua's in de binnenlanden leven relatief eenvoudig zonder geld. De Baliem-vallei is pas 60 jaar terug ontdekt en er zijn allerlei landbouwakkers ingericht waar aardappelen en alle andere mogelijke groente groeien. Ook fruit is er volop. In de rivieren vindt men zoetwatergarnalen of rivierkreeften. De Dani hielden van oudsher varkens op met stenen ommuurde terreinen. De papua's die in het regenwoud leven, waar iets minder voedsel voorradig is, weten van de sagopalm meel en pap te maken zodat ook zij niet van de honger omkomen. De papua's jagen ook op wilde varkens. Het enige gevaar is dat nu de rijst wordt geÔmporteerd uit Java de mensen het verleren om op creatieve manier aan voedsel te komen. Overigens doet zich in IndonesiŽ de eigenaardige situatie voor dat terwijl IndonesiŽ een rijstproducerend land is, er zelfs rijst uit Vietnam en de Filippijnen moet worden geÔmporteerd omdat er een structureel rijsttekort is wat veroorzaakt wordt door het omzetten van sawa's in industriegebied. Hierdoor is rijst duurder en de bevolking gedupeerd. De fabriekseigenaren worden natuurlijk rijker en machtiger dan ze waren.

Water

Nieuw-Guinea werd tot 1963 door de Nederlanders bestuurd. In die tijd waren er waterleidingen aangelegd die erg lang dienst hebben gedaan. Helaas hebben de Indonesische bestuurders de waterleidingen nooit gerepareerd dus na 50 jaar zijn er grotendeels geen waterleidingen meer. De waterleidingen die er nog zijn, vertonen her en der lekkages. De mensen in Nieuw-Guinea worden ziek als ze het water drinken; het moet niet alleen voor buitenlanders gekookt worden, wil het drinkbaar zijn maar ook voor de mensen die daar wonen. In veel grote steden is vanaf het moment dat het Indonesische leger Nieuw-Guinea innam, de watervoorziening gestopt. Maar sommige papua's slaan gewoon een natuurlijke waterbron hoog in de bergen en maken met bamboestokken leidingen van enkele kilometers naar hun huizen toe. De waterleidingen kennen zelfs splitsingen zodat meerdere huizen kunnen worden bediend. Daarnaast is het zo dat slechts een paar kilometer buiten de stad, stroomopwaarts, de rivier zo schoon is dat zelfs een westerling, die minder aan de hier voorkomende bacteriŽn gewend zijn, er uit kan drinken. Dat maakt het des te vreemder dat de water uit de leidingen in deze Indonesische provincie onbetrouwbaar is. Veel overheidsgebouwen worden van water voorzien door vrachtwagens die voor komen rijden met een tank water. Als drinkwater gebruikt met water uit flessen. Dit heeft weer tot gevolg dat de stranden bezaaid zijn met plastic flesjes. In IndonesiŽ kent men namelijk geen structureel huisvuil-ophaalsysteem dus moet alles in zee worden gedumpt. Op het gebied van de watervoorziening is er sterke achteruitgang waar te nemen sinds dit gebiedsdeel met hulp van het meest kapitalistische land ter wereld, de V.S. Indonesisch werd. Dit is een overduidelijk voorbeeld hoe het kapitalisme tot achteruitgang leidt. Overigens is de watervoorziening niet het enige wat verslechterd is in dit gebied. Het is slechts ťťn van de vele verslechteringen die hier hebben plaats gevonden toen Indonesische soldaten het gebied veroverde met een kleine oorlog tegen Nederland. De ware reden achter de Amerikaanse steun voor de Indonesische inval is dat Nieuw-Guinea enorm rijk is aan grondstoffen zoals koper, goud en uranium. In dit gebied ligt de grootste goud-en kopermijn ter wereld. Direct na de inval zijn westerse bedrijven begonnen met het ontginnen van de mijnen. Om het verhaal af te maken: de Nederlanders waren nooit begonnen aan het ontginnen van de goudmijn omdat ze de Papua's hadden opgeleid om hun land zelf te besturen. Het zou in 1969 onafhankelijk hebben moeten worden. Door een vooropgezet schijn-referendum kwam de Melanesische bevolking onder Indonesische bewind. Het moge geen verbazing wekken dat de nieuwe kapitalistische machthebbers geen cent van de opbrengsten aan de Papua's hebben doen toekomen.

PolynesiŽ

Op de eilanden van PolynesiŽ is de natuur vergelijkbaar met die van Nieuw-Guinea. Er groeien vanzelf overal vruchtenbomen en de plaatselijke bevolking heeft rond het huis of op open plekken in het bos groentevelden aangelegd. Frans PolynesiŽ wordt wel dagelijks bevoorraad vanuit Frankrijk zodat er midden in de Pacifische oceaan stokbrood, croissants en kroppen sla te krijgen zijn, maar deze producten zijn voornamelijk voor de overwegend Franse en Italiaanse toeristen bedoeld. PolynesiŽrs eten vaak nog traditioneel voedsel wat overal in het wild groeit of zelf gekweekt wordt. Er zijn daar heerlijke grapefruits gratis van de boom te plukken die bijna net zo groot zijn als een voetbal. Een andere voor Europeanen onbekende vrucht is de Marquesas-appel, die in IndonesiŽ de jambu bol wordt genoemd. Kokosnoten zijn er in de tropen in overvloed, en vers zijn ze veel lekkerder dan de keiharde, bruine kokosnoten die we in Europa kennen. Vis is zoals op alle eilanden en in alle kuststreken van de wereld volop aanwezig. De Cook-eilanden die ook tot PolynesiŽ behoren maar officieel onder Nieuw-Zeeland vallen zijn iets minder verwesterd. Vis in kokosnootsaus is een traditioneel gerecht waar nooit tekort aan zal zijn. In het westen zijn vruchten zoals passievrucht erg duur maar hier groeien ze volop. Verder groeien ook hier alle tropische vruchten die je maar kunt bedenken zoals de broodvruchtboom, durian en vele voor westerlingen onbekende vruchten. In PolynesiŽ, maar ook in Afrika en Nieuw-Guinea, worden de dieren los gehouden. Dat wil zeggen dat ze niet in hokjes leven maar vrij kunnen struinen rond het huis of in de bossen. Op sommige eilanden is het bos zo dicht begroeid en zo ruig en bergachtig dat men een varken aan een boom vast bindt omdat het anders verdwaalt, of de mensen verdwalen. Maar in principe worden varkens los gehouden. Aan het eind van de dag komt het varken altijd terug van zijn speurtocht naar voedsel naar het huis van de baas. Varkens behoren tot de meest intelligente dieren en hun intelligentie is vergelijkbaar met dat van honden, olifanten en dolfijnen. Deze dieren kunnen mensen herkennen als individu. Iedereen in  steden en dorpen weet van wie het varken is dat vrij rond loopt. Ook koeien, geiten en kippen paarden worden los gehouden.

Afrika

In Afrika is het eigenlijk niet anders dan in PolynesiŽ als gekeken wordt naar de leefwijze van de oorspronkelijke bewoners. Zuid-Afrikaanse huizen hebben vaak een aparte woning waar wordt gekookt. Dit is een zelfgemaakt rond gebouw met halve muren van steen en klei en met een dak van bladeren, zodat de rook snel weg kan waaien. Men verbouwt op het Afrikaanse platteland rondom het dorp waar men woont. In verband met de vele wilde dieren bouwt met een metershoge dichtbegroeide omheining met bijvoorbeeld een plant die we in Nederland de potloodplant noemen. Andere mensen in Afrika laten bomen heel dicht aaneen groeien als afscheiding. Men gebruikt natuurlijke begroeiing als omheining. Op velden buiten het dorp worden een aantal groentes verbouwd. Wat er teveel is voor het dorp wordt verkocht op de lokale markt. Hiermee kunnen vervolgens producten worden gekocht die de traditionele wijze van leven aanvullen. Dorpen die midden in het oerwoud liggen kennen een andere situatie. Zij hakken een deel van het oerwoud om met als doel groente te verbouwen. Hierbij wordt een veld nooit helemaal kaal gemaakt maar plant men gewoon de eetbare plat, zoals tarot, tussen de overgebleven struiken. Na enkele maanden wordt de Tarot geoogst. Dit kan zo een paar keer herhaald worden, totdat er weer opnieuw gekapt moet worden. In vergelijking tot het hele bos is een traditioneel akkerlandje zeer klein. De gevolgen van houtkap of industriŽle landbouw zijn veel ingrijpender. Hierbij moeten wegen worden aangelegd die op zich al teveel bomen kost. Helaas heeft het WereldNatuurFonds als grootste grootgrondbezitter ter wereld in tal van landen de macht in handen genomen en wordt het traditionele stammen erg moeilijk gemaakt om op hun oorspronkelijke manier te leven. Het WNF bemoeit zich met de leefwijze van mensen die het regenwoud bewonen. Deze mensen zijn allemaal stuk voor stuk niet verantwoordelijk voor de schade die westerse bedrijven aanrichten aan het regenwoud, maar het WNF pakt de westerse bedrijven niet aan en probeert goede sier te maken door schijnmaatregelen te treffen zoals het verplaatsen van oorspronkelijke bewoners naar de meer bewoonde gebieden. Het zou een veel inteligentere maatregel zijn om bomen te herplanten in Afrika, Maar waarom niet ook in Noord-Amerika? Daar is ook een woestijn die best gebruikt kan worden als toekomstig tropisch hard houtvoorraad. AustraliŽ is ook een mogelijkheid. Een bijkomstig positief feit van herbebossing van woestijngebied is dat het grondwaterpeil omhoog gaat waardoor uiteindelijk ook de mens er gemak van heeft. Maar meestal wordt door het WNF maatregelen genomen in de vorm van aankoop van gebieden, het quoteren van het aantal dieren in elk land mag worden afgeschoten, opleiding van bewapende rangers die het gebied moeten beschermen tegen mensen die bijvoorbeeld op traditionele wijze een vogel willen vangen. Aangezien voor de Afrikaan traditioneel leven nu stropen heet en hij midden in een natuurgebied is, is het niet ondenkbaar dat hij ter plekke geŽxecuteerd wordt.

 Overigens is het een feit dat het WNF zijn landgoederen beschikbaar stelt voor jagers die voor enorme bedragen olifanten, nijlpaarden, giraffes en honderden andere diersoorten mogen neerschieten. Het WNF stelt via Cites elk jaar een lijst op met hoeveel dieren er per land mogen worden afgeschoten. Er kan dankzij het WNF zelfs op neushoorns worden gejaagd, alleen is dat iets duurder. Het is via Cites precies bekend hoeveel dieren er elk jaar worden neergeschoten, maar daar staat ook een bedrag tegen over. het verbod op de handel in ivoor die door het WNF verboden is heeft ertoe geleid dat er enorme pakhuizen vol liggen in bv Zambia, wat van de wereldmarkt wordt afgehouden. Zo wordt de prijs van illegale ivoor opgevoerd waardoor het aantrekkelijker is een olifant te stropen om zijn slagtanden. Ook heeft het WNF er een gewoonte van gemaakt om in beslag genomen ivoor te vernietigen, wat ook weer prijsopdrijvend werkt. Hun maatregelen zijn dus soms ronduit criminaliteitbevorderend. Verder misdraagt het WNF zich door grasgebieden in Afrika op grote schaal plat te branden onder het mom van natuurbehoud. De werkelijke reden voor het platbranden is dat er dan gemakkelijker gejaagd kan worden, en dat toeristen de dieren dan gemakkelijker te zien krijgen. De branden zijn vaak dagenlang zodat de rook blijft hangen en toeristen soms gaan klagen. In de Kalahari-woestijn, die elk jaar overstroomd door de Okavango rivier, ligt ťťn van de gebieden waar elk jaar veel platgebrand wordt. Plaatselijke jagers worden via deze wijze het makkelijker gemaakt om te jagen. Bovendien kunnen toeristen die voor een nachtje slapen omgerekend een drie jaarlonen van een Afrikaanse arbeider betalen, dan met zogenaamde mokoro's of gewone boten door het water heen varen van deze grootste inlandse rivierdelta ter wereld. De Afrikaanse rangers en gidsen die hieraan meewerken, krijgen dagelijks ongeveer 50 maal zoveel uitbetaald als het dagloon van een gewone Afrikaan. Vandaar dat zij deze situatie koesteren uit eigen belang. Veel stammen die in harmonie met de omgeving leefden zijn verdreven naar de steden zodat zij niet kunnen berichten over de schandalige wandaden van ťťn van de grootste natuurorganisaties ter wereld. Overigens wil het er bij veel mensen niet in dat deze organisatie 60 jaar lang het diertje wat in hun eigen logo afgebeeld is niet heeft kunnen redden; het gaat immers als we op berichten van het WNF zelf afgaan steeds slechter met de reuzenpanda. Daarnaast is het WNF opgericht door de Nederlandse Nazi-agent Prins Bernhard, een hartstochtelijk jager, die ongeveer tegelijk de Bilderberg-groep oprichtte, wat een kweekvijver is voor mensen die willen meedoen aan het vormen van een schaduw-wereldregering. De bewoners van de Afrikaanse regenwouden zijn zwaar de dupe van het naÔeve geloof van mensen in de goedheid van charitatieve organisaties, terwijl het merendeel criminele organisaties betreffen. In de Afrikaanse steden is het leven zeer armoedig daar mensen vaak afhankelijk zijn van een baantje en alleen op kapitalistische wijze kunnen leven, dat wil zeggen dat men met geld producten koopt. Toch is door het gunstige klimaat het goed mogelijk om in dorpen zonder geld te leven. Mensen verbouwen groentes rond het huis of hoeden geiten. Er lopen altijd kippen rond het huis die voor eieren zorgen. Sommige groente en fruitsoorten worden gevonden in de omgeving. Een in het westen bekende stam is de Masai. De Masai leven nog wel redelijk oorspronkelijk; hebben een zeer sober dieet; ze leven overwegend van geitenmelk  van de geiten die ze hoeden, aangevuld met onderweg gevonden groente en vruchten. Dit is echter voedzaam genoeg. De Masai leven tegenwoordig ook van toeristen die voor geld foto's van hun maken. Veel mensen leven in Afrika van maÔs die men verbouwd, of andere soorten groentes. Deze worden dan op de markt verkocht zodat men andere producten kan kopen. Naast groentes worden ook tabak en koffie verbouwd in de tropen. Mensen rollen een sigaretje van zelfgekweekte tabak in een tabaksblad zodat ook vloei overbodig is. In de Sahara, waar het overigens het afgelopen decennium veel meer geregend heeft dan gebruikelijk is, leven groepen nomaden die met hun dieren rondtrekken op zoek naar nieuwe graasgebieden. Net zoals de dieren in deze droge, hete gebieden zich  hebben aangepast, hebben ook de mensen zich aangepast en kunnen ze onder deze omstandigheden leven in harmonie met flora en fauna.

Tropische huizenbouw

In tropische gebieden zijn over het algemeen in vroegere tijden, ongeveer tot 100 jaar geleden toen het kapitalisme een steeds meer overheersende vorm begon aan te nemen, tropische vruchten uit andere gebiedsdelen op de wereld geÔntroduceerd. Hierdoor werd het mogelijk om gevarieerder voedselpatroon te creŽren. Het lokaal aanleggen van plantages is belangrijk om niet allerlei producten te hoeven verschepen. Deze eenvoudige manier van herbeplanten van terreinen leidt dus tot meer welzijn van mensen. Bovendien is een land op deze manier minder afhankelijk van andere landen in de voedselvoorziening. Maar niet alleen voedsel  is een belangrijke levensvoorwaarde; ook de woning.  In vrijwel alle tropische gebieden zijn mensen het nog niet verleerd om met natuurlijke middelen uit de directe omgeving een huis te bouwen. Muren en daken worden van plantaardige materialen gemaakt. Wanneer dergelijke bouwmethoden worden gecombineerd met de kennis die uit andere landen is opgedaan kan er een prachtig, koel, stevig huis worden gebouwd zonder gebruik te maken van airconditioning. Omdat deze trend is omgezet naar commerciŽle bouwmethoden is er een grote verschil ontstaan. Dat is goed te zien na een tsunami of aardbeving waar het in landen als India en IndonesiŽ het telkens blijkt dat de 60 jaar oude gebouwen die de Engelsen en Nederlanders hebben gebouwd geen schade hebben, terwijl alle snel neergezette  nieuwbouw telkens weer instort. De kennis van hoe een huis koel gehouden wordt en stevig blijft is nagenoeg verloren gegaan door de introductie van goedkope, op winst gerichte bouwmethoden. Vele mensen zijn hierdoor niet alleen dodelijk slachtoffer, maar ook de overlevenden kennen grote problemen in tijden van wederopbouw. Het betreft hier een vooropgezette manier om de ontwikkeling van een land tegen te gaan. Doordat er telkens weer opnieuw huizen worden gebouwd  van inferieure kwaliteit behouden lokale leveranciers van bouwproducten voor deze regio's hun markt. De leveranciers zijn uiteraard in handen van westerse bedrijven die de lokale bevolking opzettelijk een ontwikkeling misgunnen uit eigen belang.

Westen

We zien dat in tropische gebieden mensen in staat zijn om door kennis van voedselproductie en bouwmethoden onafhankelijk kunnen zijn van kapitalistische structuren. In het westen zijn de mensen het verleerd om op deze manier te leven. Leven in harmonie met de natuur is er hooguit voor een enkeling weggelegd. Er wonen relatief meer mensen per km2 in het westen, daardoor zijn er meer vruchtenbomen nodig. Een ander nadeel van het westen is dat we seizoenen kennen. In de winter valt er weinig te plukken, alhoewel sommige groentes juist dan oogstbaar zijn. Verse fruit en groente zijn voornamelijk in de zomer en herfst te oogsten. In de lente zijn er nog niet genoeg vruchten aan de bomen. Daarom moeten mensen in Europa en Noord-Amerika alles beter organiseren om te leven zonder afhankelijk te zijn van geld. Men moet voorraden aanleggen. Vruchten en groente kunnen op allerlei manieren bewerkt worden zodat ze langer houdbaar zijn. Tegenwoordig is het natuurlijk ook mogelijk om in kassen groentes te kweken zodat er wel het hele jaar door verse groente en fruit is. Dat is een voorbeeld van vooruitgang in technologie en kennis. Aangezien de glastuinbouwsector in grote mate wordt gesponsord en gesubsidieerd door de overheid kunnen we hier niet van een kapitalistisch mechanisme spreken. De Nederlandse glastuinbouw ligt juist vaak onder vuur in het kapitalistische Europa omdat bedrijven die bestaan door overheidssteun oneerlijke concurrentie aangaan. Maar dit is een politiek probleem en de Nederlandse glastuinbouw wordt getolereerd door de rest van Europa omdat ieder land wel een sector kent die slechts met subsidie kan blijven bestaan. Het bestaan van bedrijven die door de overheid worden geholpen geeft aan dat het kapitalistisch systeem blijkbaar grote manco's heeft. Als er geen steun zou worden gegeven en kapitalisme voor 100% was ingevoerd dan zouden er allang volksopstanden zijn gekomen vanwege de tekorten aan voedsel of goederen.

Harmonie 

Een goede organisatie en steun van de overheid zijn nodig om het kapitalistische stelsel in stand te houden. Dit is overbodig in de tropen waar de voorraden het hele jaar door in overvloed aan de boom hangen. Als we in Europa in een geldvrije maatschappij willen leven moeten we dat intelligent organiseren. Vis is in voldoende mate voorradig om te eten. Het wordt essentieel om visvangsttechnieken te hanteren zodanig dat er altijd vissen blijven zwemmen in de zeeŽn. CommerciŽle visvangst door kapitalistische bedrijven heeft ruimschoots bewezen niet in staat te zijn om de visstand te handhaven. Door het eigen gewin boven het algemeen belang te stellen moet men vervolgens op zoek naar nieuwe visgebieden om leeg te roven. Het idee van eigen gewin door enkelen leidt niet tot een doortastende omgang met de natuur. De westerse maatschappij heeft nog veel te leren van de culturen die in harmonie met de omgeving leven. De culturen die in harmonie met de natuur leven worden vaak primitief  genoemd door westerlingen. Het label primitiviteit in ontwikkeling wordt door werkelijk intelligente mensen gelegd op de westerse cultuur, in plaats van de mensen die de natuurlijke leefwijze behouden primitief te noemen. Deze enorme arrogante houding van een westerling wordt door steeds meer mensen ingezien. Kapitalistische instituten, bedrijven en machthebbers die de natuur uitbuiten verdienen de labels kortzichtigheid, primitiviteit, verwaandheid, hoogmoed, crimineel en nog een aantal vergelijkbare negatieve kenmerken.

Uitbuiting

Het zou mooi zijn als de ontwikkeling van de mensheid vooruitgang kende. Vooruitgang is een streven dat altijd beoogd moet worden. In kapitalistische samenlevingen leeft men in de schijn van vooruitgang. Een verandering van de buitenkant wordt als inhoudelijke verandering gebracht. Dat is natuurlijk goed zichtbaar op trendniveau als je kijkt naar de verschillende motieven en kleurlijnen van artikelen die warenhuizen verkopen. Het vooruitgangsdenken geldt ook voor abstracte zaken in de maatschappij. Het woord vooruitgang bijvoorbeeld wordt gebruikt voor de invoering van een digitale betaalmethode in plaats van betalen met papier- en muntgeld. Dit zijn helemaal geen verbeteringen maar veranderingen die zich nog in positiviteit moeten bewijzen. Een voorbeeld is de invoering van de OV-chipkaart waarmee betaald kan worden in het openbaar vervoer. Er is een wereldwijde trend gaande om betaalsystemen te elektroniseren of te digitaliseren.  Allerlei mensen verkondigen dat het nu maar eens afgelopen moet zijn met het gebruik van ouderwets papier. Dit is alleen maar een  verandering in vorm, de inhoud blijft ongewijzigd. Het openbaar vervoer blijft een bedrijf dat geld vraagt voor zijn diensten en het  feit dat nu centraal alle reisgegevens van mensen worden opgeslagen heeft bij nader beschouwing slechts nadelen zoals de inbreuk op privacy. Er komen allerlei extra kosten om de hoek kijken als het faciliteren van de gegevensopslag van reizigers, controlepoortjes, elektrische draadverbindingen aanleggen en onderhouden. Alle elektronische betaalmethoden gebruiken meer energie dan papieren methoden. Ook kan er wezen worden op de noodzaak van hekken, poortjes, die schoongehouden moeten worden wat weer extra werk en kosten veroorzaakt. Daarnaast moet er software ontwikkeld en geŁpdate worden wat weer extra geld kost. De onderhoudskosten van betaalmethoden als een OV-chipkaart zijn vele malen groter als van een papieren kaart. Bovendien zijn er eerder nadelige effecten voor bewoners van de maatschappij zoals de hogere kosten, minder privacy en mensen worden verplicht een andere betaalmethode te gebruiken wat een akelig precedent schept naar andere betaalmethoden zoals de RFID-chip, een chip die onder de huid wordt aangebracht. Dat zijn geen zaken die het vooruitgangsdenken wat voorstanders van de ov-chipkaart hanteren, rechtvaardigen. 

Een inhoudelijke vooruitgang

Een inhoudelijke vooruitgang zou het zijn als het openbaar vervoer gratis wordt gemaakt. Dan verdwijnt de noodzaak tot hierboven genoemde onderhoudskosten waardoor de totale prijs van het OV die we als maatschappij betalen veel lager wordt. Bovendien wordt er dan meer gebruik gemaakt van het OV waardoor het wegennet minder belast wordt. Hierdoor zullen files verdwijnen. Er wordt door ťťn intelligente maatregel te nemen een reeks van daadwerkelijke, positieve effecten die de daadwerkelijke vooruitgang-voor-iedereen bevorderen gegenereerd. Toch zal dat in een kapitalistische maatschappij niet gebeuren omdat vooruitgang door invoering van gratis OV zou betekenen dat we kiezen voor de overgang naar meer welvaart voor iedereen. Het kapitalisme houdt in dat er uitbuiting moet plaatsvinden van hetzij mensen, hetzij natuurlijke bronnen. In dit geval worden de mensen uitgebuit door eerst het belastinggeld aan te wenden om grote infrastructuur aan te leggen voor OV-bedrijven, of overheidsinstellingen die later privatiseren onder het mom van vooruitgang, vervolgens mogen de mensen in hun zelfbetaalde treinen, trams en bussen zitten door keer op keer geld op te hoesten. 

Betalen om te werken

Het openbaar vervoer is nodig in een maatschappij om mensen naar hun werk te brengen. Vaak wordt het als krom redeneren beschouwd als een werknemer moet betalen om te reizen zodat hij kan werken. De oneerlijkheid dat een deel van het salaris wordt opgeslokt door het vervoer naar de werkplek is tegemoet gekomen door allerlei ingewikkelde regelingen. Zo zijn de kosten van het woon-werkverkeer van de belasting aftrekbaar. Een andere maatregel is dat de werkgever een extra vergoeding geeft voor het woon-werkverkeer. Dat is veel extra werk voor administratieafdelingen van bedrijven en belastingambtenaren. Dit is nog een extra reden om het openbaar vervoer gratis te maken. De vakbonden weten zelfs van de kilometerheffing een arbeidsvoorwaarde te maken. Dat toont aan dat belangrijke zaken uit het oog worden verloren door onbenullige bureaucratische constructies zoals het geld vragen voor OV. Door het gratis maken van openbaar vervoer wordt er veel tijd en geld bespaard in elke maatschappij. Het milieu heeft er ook baat bij doordat mensen die gezamenlijk rijden minder energie verbruiken als mensen die individueel een voertuig gebruiken. Er valt zoveel vooruitgang te boeken door het gratis maken van openbaar vervoer dat het vreemd is dat zo weinig mensen hiervoor pleiten. Het is een feit dat mensen onder de hypnose leven dat alles nu eenmaal een prijs moet hebben. Hypnose is een weinig overdachte oorzaak van het niet toepassen van positieve maatregelen.

naar hoofdstuk 3

terug naar begin

word to html converter html help workshop This Web Page Created with PageBreeze Free Website Builder  chm editor perl editor ide